

SWAZILAND;
MKHAYA-GAME RESERVE
1998
FRAGMENT
Na een boeiende reis
door Zuid-Afrika had ik voor de laatste twee weken in Nederland al een zgn.
‘werkvakantie’ geregeld in Swaziland, waar ik in een wildreservaat voor
bedreigde diersoorten als ‘eco-volunteer’ zou helpen. Thuis had ik besloten om niet het beroemde Kruger National Park
te bezoeken maar voor een andere insteek te kiezen, ik wilde geen kiekende
Japanner zijn, maar iets van het echte Afrika ervaren....
Mkhaya Game Reserve is zo’n zeshonderd hectare groot; het is een
privé-park van de familie Reilly. De zoon van de eigenaar, Micky zwaait hier
samen met z’n vriendin Kerry de scepter. De eco-volunteers, (maximaal acht tegelijkertijd) verblijven in
kleine tenten en slapen op matjes. Thembe is degene die verantwoordelijk is
voor de vrijwilligers in de periode dat
ik er ben. In het begin kan ik zijn Engels amper verstaan, maar dat went snel
en hebben we de grootste lol als we schrikken van een warthog (een soort
wrattenzwijn) of van iets wat een zwarte neushoorn zou kunnen zijn.
Eén van mijn eerste
activiteiten is zand scheppen. We worden opgehaald en komen terecht in een
gammele laadbak achter een tractor. De weg heeft enorme kuilen en hobbels; het
is erg moeilijk om me goed vast te houden, waardoor ik totaal verkrampt raak,
mede omdat ik op mijn hurken zit en me links en rechts vasthoud. Ik vraag om
een sta-plek, waar er maar twee van zijn, gelukkig schikt men wat in, nu ik
mijn benen als schokbreker kan laten fungeren, gaat het stukken beter. We komen
aan bij een droge rivier waar we de laadbak midden in zetten. Het is heet, ik rits
daarom mijn beenstukken uit m’n broek en maak me klaar voor het gooien van de
eerste schep zand. De anderen zijn al begonnen. Ik ben blij dat ik een lichte
schep heb, want dit valt niet mee. Na enkele minuten voel ik de blaren al
opkomen, gelukkig heb ik mijn werkhandschoenen bij me. De jongen naast me is in
dienst van het park en draagt een kakioverall, de kleur duidt tevens de rang
aan leer ik later, kaki is de laagste rang oftewel het zijn de harde werkers,
die voor vele klussen opgetrommeld worden. Hij maakt bij elke gooi (anders
krijg je het zand niet over de omhoogstaande rand) een jodelend geluid. Als ik
dit nadoe, roept het de nodige hilariteit op. In Tirol zouden we niet misstaan.
Soms gooit iemand met zoveel kracht het zand omhoog dat het over de laadbak heen vliegt.... Ik ben echter blij met elke
schep zand dat ik er in krijg. Als de
bak vol is, rijden we terug, het zand
werkt eveneens als schokbreker, dus ik zit heerlijk! Wat een verschil met de
heenreis....
Het zand is voor de
neushoorns, als we het zand hier lossen, blazen we even uit en gaan dan opnieuw
terug naar de rivier. Omdat we naar een ander deel gaan staat de laadbak nu
hoger, waardoor het werk zo mogelijk nog zwaarder is. Dit ga ik absoluut voelen
in mijn rug, armen en overal.... De bak wordt minder vol geladen als we voor de
tweede keer teruggaan. Als we voor de derde keer teruggaan, mag ik de lunch
vast klaarmaken, jipieeee. Gelukkig hoef
ik dit niet alleen te doen maar samen met de andere vrijwilliger. Het valt niet
mee om vuur te maken maar uiteindelijk lukt het toch. We brouwen spaghetti met
een saus van soja, tomaat, ui en paprika.
Een dag later brengen
we het zand met een kruiwagen het neushoornverblijf in. Zo’n zeventig
kruiwagens per hok is genoeg. Aangezien er een slag in het wiel zit en het
eigenlijk onmogelijk is om met het ding te rijden, ruim ik ons eigen kamp op,
inspecteer de inhoud van drie enorme ijzeren bakken en was af met een
sinaasappelnetje (bij gebrek aan afwasborstel, wat moet je daarmee in de bush
(?!) en in verband met een enorm goor sponsje) wat bijzonder goed gaat. De pot waar we vanmorgen
pap (porridge) in hebben gemaakt, zet ik
in de week, dat is iets wat ik nog moet leren eten, uhhhh! Als het eerste
neushoornverblijf vol is, ga ik het egaliseren met de hark, toch ook nog een
pittig klusje.
Uiteindelijk komt Semanga, een witte
neushoorn van bijna twee jaar in dit hok. Zijn moeder is net bevallen van een jong en uit angst dat hij dit jong
misschien platwalst is hij gevangen gezet. Ik loop al twee weken tegen hem te
praten (jawel in opdracht van Micky) en hij is inderdaad al veel rustiger
geworden. Op de dag dat ik vertrek, weet ik bijna zeker dat hij mijn stem
herkend. Hij wordt nu in een ander hok gedreven, zodat hij naast zijn
soortgenoten komt, waar hij overdag vaak klaaglijk naar huilt (of is dit nog
heimwee naar zijn moeder?). Als hij genoeg is gewend, komt hij terecht in
deze groep van ongeveer zes jonge neushoorns, die overdag als schapen
worden geweid door Alfred, een andere ranger. Om over een tijdje weer helemaal
in vrijheid te kunnen rondlopen...
Februari 1999, Sonja van der Schaaf.